Wat is cogni­tief talent?

Talent is het vermogen om iets heel goed te kunnen. Iemand kan bijvoorbeeld erg goed schilderen (artistiek talent) of voetballen (sportief talent). Een talent kan zich op vele gebieden laten zien.

Over het algemeen wordt aangenomen dat talent voor een groot deel aangeboren is, maar dat ook persoonlijkheidskenmerken en omgeving een belangrijke rol spelen bij de ontwikkeling van ervan. Het onderstaande model van de Canadese psycholoog Françoys Gagné onderschrijft deze uitgangspunten:

Als een talent op het intellectuele gebied ligt, dan spreekt men van ‘cognitief talent’.

Vaak wordt er in dit kader ook gesproken over (hoog)begaafdheid. Een term waar in de literatuur zeer veel verschillende visies en definities over te vinden zijn. Vaak wordt begaafdheid verbonden aan hoge scores op intelligentie tests (IQ). Alhoewel een hoog IQ een sterke aanwijzing is voor een hoge intelligentie, sluit een lagere score dit niet uit. Begaafdheid omvat meer dan een IQ test kan meten (Sternberg, 2003).

Er is ook sprake van cognitief talent wanneer iemand vanuit een passie voor een bepaald vak of vaardigheid het vermogen heeft om intellectueel uit te blinken. Sterke intrapersoonlijke eigenschappen zoals bijvoorbeeld intrinsieke motivatie, doorzettingsvermogen en veerkracht spelen hierbij een belangrijke rol.

Ondersteuningsbehoefte

Dat het hebben van een hoge intelligentie niet alleen voordelen met zich meebrengt, wordt steeds meer erkent. Veel cognitief getalenteerde kinderen komen in hun schoolleven behoorlijk wat uitdagingen tegen.

Net als bij kinderen met een lage intelligentie, nemen deze uitdagingen vaak toe naarmate de intelligentie meer afwijkt van het gemiddelde intelligentieniveau (Gross, 1993). Cognitief getalenteerde kinderen hebben dus vaak, net als kinderen met een lage intelligentie, extra ondersteuningsbehoeften.

Uitdagingen

Tijl Koenderink beschrijft in zijn boek ‘de 7 uitdagingen’ de belangrijkste uitdagingen waar cognitief getalenteerde leerlingen op school mee te maken krijgen. Hieronder volgt een korte beschrijving van deze uitdagingen:

  •  Kennis hiaten
    Door hun weinig gestructureerde manier van werken, hun snel afgeleid zijn, het geringe gebruik van hun geheugen bij het leren via begrip in plaats van herhaalde oefening, wordt veel kennis slecht verankerd en geborgd. Te slecht om automatisch te gebruiken. Daarbij gebruiken ze vaak wisselende leerstrategieën bij gelijke opgaven. Bij vakken met een trapsgewijze opbouw zoals taal en rekenen, kunnen kinderen hierdoor op een bepaald moment gaan vastlopen.
  • Geheugen
    Cognitief getalenteerde leerlingen zijn gewend de ‘begripsroute’ te kiezen bij het leren. Dit kost hen immers de minste inspanning. Wanneer ze opeens iets uit hun hoofd moeten leren en gebruik moeten maken van het geheugen, dan kost dit hen vaak veel moeite.
  • Frustratietolerantie
    Intelligente kinderen zijn gewend dat zij alles zeer snel begrijpen. Ze hebben op leergebied vaak weinig ervaring met frustratie. Als zij in het schoolse werk opeens tegen problemen aanlopen dan kiezen ze er vaak voor uitdaging te vermijden. Hierdoor is aangeboden leerstof snel óf te makkelijk, óf te moeilijk. Een leerling verwoordt dit vaak met ‘saai’.
  • Motivatie
    Door te weinig uitdaging, een lage frustratietolerantie en problemen met sociale aansluiting, kunnen cognitief getalenteerde kinderen gedemotiveerd raken. Als dit niet tijdig gesignaleerd en wordt, dan is het een enorm lastig om een kind weer gemotiveerd te krijgen.
  • Overtuigingen
    Veel intelligente leerlingen zijn gewend om complimenten te krijgen voor prestaties die hen nauwelijks moeite hebben gekost. Hierdoor kunnen ze de overtuiging ontwikkelen dat intelligentie vaststaat: ‘je kunt iets wel’ of ‘je kunt iets niet’. Als deze kinderen een probleem tegen komen dan zien zij dit niet als uitdaging, maar als een bedreiging voor hun status als ‘slim kind’. Zij gaan daardoor uitdagingen liever uit de weg.
  • Samenwerken
    Cognitief getalenteerde kinderen hebben vaak de voorkeur om alleen te werken. Omdat zij zelfstandig veel sneller tot oplossingen komen, hebben deze kinderen de voordelen van samenwerken te weinig kunnen ervaren. Daarnaast missen ze soms nog sociaal emotionele vaardigheden.
  • Zelfstandig werken
    Door perfectionisme/faalangst, moeite met uitgestelde aandacht, een lage frustratietolerantie en een gebrek aan motivatie, komen cognitief getalenteerde kinderen vaak moeilijk tot zelfstandig werken.

 

Bronnen:
-Gagné, F. (2009). Debating giftedness: Pronat vs. Antinat. In L. V. Shavinina (Ed.), International handbook on giftedness, pp. 155-198.
Dordrecht, Netherlands: Springer.
-Gardner, H. (2002). ‘Soorten Intelligentie’. Amsterdam: Uitgeverij Nieuwezijds
-Gross, M.U.M. (1993) ‘Exceptionally Gifted Children’. London: Routledge.

-Koenderink, T. (2012) ‘De 7 Uitdagingen’. Venlo: Novilo BV.
-Sternberg, R. J. (2003). ’WICS: A theory of wisdom, intelligence, and creativity, Synthesized’. New York, USA: Cambridge University
Press.