Tekst: Susan den Otter/ Afbeelding: ‘Follow your own light’. Merle Wils, www.studiopep.nl

 

Ondanks het rijke aanbod op de vrijeschool komen cognitief getalenteerde kinderen toch niet altijd voldoende tot bloei. Op de onderbouw van de Adriaan Roland Holstschool in Bergen wordt ervaren dat een belangrijke oorzaak hiervan ligt bij het niet voldoende aansluiten van het oefenonderwijs op de behoeften van cognitief getalenteerde leerlingen.

Daarnaast vraagt het nogal wat van leerkrachten om binnen een klassikale setting een klein aantal leerlingen een behoorlijk ander aanbod te geven. Door middel van het praktijkonderzoek ‘Verrijking van het Oefenonderwijs’ in het kader van de post hbo-opleiding ‘Talentbegeleider’ bij Novilo probeert leerkracht Susan den Otter praktisch haalbare oplossingen te vinden voor deze uitdagingen.

Uitdagingen
Dat het hebben van een hoge intelligentie niet alleen voordelen met zich meebrengt wordt steeds meer onderkent. Veel cognitief getalenteerde kinderen komen in hun schoolleven behoorlijk wat uitdagingen tegen. Net als kinderen met een lage intelligentie, nemen deze uitdagingen vaak toe naarmate de intelligentie meer afwijkt van het gemiddelde intelligentieniveau (Gross, 1993). Cognitief getalenteerde kinderen hebben dus vaak, net als kinderen met een lage intelligentie, extra ondersteuningsbehoeften.

Tijl Koenderink beschrijft in zijn boek ‘de 7 uitdagingen’ de belangrijkste uitdagingen waar cognitief getalenteerde leerlingen op school mee te maken krijgen:

  • Kennis hiaten
    Door hun weinig gestructureerde manier van werken, hun snel afgeleid zijn, het geringe gebruik van hun geheugen bij het leren via begrip in plaats van herhaalde oefening, wordt veel kennis slecht verankerd en geborgd. Te slecht om automatisch te gebruiken. Daarbij gebruiken deze leerlingen vaak wisselende leerstrategieën bij gelijke opgaven. Bij vakken met een trapsgewijze opbouw zoals taal en rekenen, kunnen kinderen hierdoor op een bepaald moment gaan vastlopen.
  • Geheugen
    Cognitief getalenteerde leerlingen zijn gewend de ‘begripsroute’ te kiezen bij het leren. Dit kost hen immers de minste inspanning. Wanneer ze opeens iets uit hun hoofd moeten leren en gebruik moeten maken van het geheugen, dan kost dit hen vaak veel moeite.
  • Frustratietolerantie
    Intelligente kinderen zijn gewend dat zij alles zeer snel begrijpen. Ze hebben op leergebied vaak weinig ervaring met frustratie. Als zij bij het schoolse werk opeens tegen problemen aanlopen dan kiezen ze er vaak voor uitdaging te vermijden. 
De zone van naaste ontwikkeling van deze kinderen is vaak erg smal. Hierdoor is aangeboden leerstof snel óf te makkelijk, óf te moeilijk. Een leerling verwoordt dit vaak met ‘saai’.
  • Motivatie
    Door te weinig uitdaging, een lage frustratietolerantie en problemen met sociale aansluiting, kunnen cognitief getalenteerde kinderen gedemotiveerd raken. Als dit niet tijdig gesignaleerd wordt, is het enorm lastig om een kind weer gemotiveerd te krijgen.
  • Overtuigingen
    Veel intelligente leerlingen zijn gewend om complimenten te krijgen voor prestaties die hen nauwelijks moeite hebben gekost. Hierdoor kunnen ze de overtuiging ontwikkelen dat intelligentie vaststaat: ‘je kunt iets wel’ of ‘je kunt iets niet’. Als deze kinderen een probleem tegen komen dan zien zij dit niet als uitdaging, maar als een bedreiging voor hun status als ‘slim kind’. Zij gaan daardoor uitdagingen liever uit de weg.
  • Samenwerken
    Cognitief getalenteerde kinderen hebben vaak de voorkeur om alleen te werken. Omdat zij zelfstandig veel sneller tot oplossingen komen, hebben deze kinderen de voordelen van samenwerken te weinig kunnen ervaren. Daarnaast missen ze soms nog sociaal emotionele vaardigheden.
  • Zelfstandig werken
    Door perfectionisme/ faalangst, moeite met uitgestelde aandacht, een smalle ‘zone van naaste ontwikkeling’ en een gebrek aan motivatie, komen cognitief getalenteerde kinderen vaak moeilijk tot zelfstandig werken.

Als er onvoldoende tegemoet gekomen wordt aan de behoeften van cognitief getalenteerde kinderen, dan kan dit leiden tot mindere onderwijsresultaten (onderpresteren), het onvoldoende voorbereid zijn voor de middelbare school en in ernstige gevallen zelfs tot schooluitval of depressie.

Om optimaal tot hun recht te komen hebben cognitief getalenteerde leerlingen een aanbod nodig waarmee zij beter komen tot leren, samenwerken en zelfinzicht.

Praktische haalbare oplossingen
Op de Adriaan Roland Holstschool is gezocht naar praktisch haalbare oplossingen om tegemoet te komen aan deze behoeften van cognitief getalenteerde kinderen, in lijn met de vrijeschoolvisie. Een belangrijk aandachtspunt hierbij was dat er geen extra maar andere leerstof aangeboden zou worden. Ook zou de verrijking van het onderwijs zo veel mogelijk binnen de eigen groep moeten plaatsvinden. Een andere belangrijke voorwaarde was het werken met leerlijnen, zodat de leerkracht de lessen zelf vorm kan geven (kan lesgeven vanuit het hart) en er voor de kinderen door de jaren heen een opbouwend leerplan is.

Aangezien cognitief getalenteerde kinderen minder behoefte hebben aan herhaling dan in de taal- en rekenmethoden wordt geboden is er gekeken naar het verder compacten (indikken) van deze stof. Het continue herhalen van bekende dingen kan zeer frustrerend werken voor deze kinderen, met het risico dat de interesse voor het vak waarvan ze houden dooft. Afhankelijk van leerling, vak een leerjaar is de oefenstof binnen het project 25 tot 75 % gecompact. Hierdoor komt er tijd vrij om aan de doelen te werken die voor deze doelgroep van belang zijn: het leren leren, leren over jezelf (zelfinzicht) en leren samenwerken.

Er wordt vaak gedacht dat slimme kinderen aan een paar aanwijzingen genoeg hebben om de stof te begrijpen. Recent onderzoek toont echter aan dat deze leerlingen bij een echt uitdagend aanbod, net zoveel instructie nodig hebben om tot leren te komen (Vogelaar, 2017). Omdat deze instructiebehoefte niet te realiseren is binnen de eigen klas, is ervoor gekozen om verschillende verrijkingsgroepen te starten:

  • Rekengroepen voor klas 1 tot en met 6
    Binnen deze groepen zijn de vakken Rekenen-Wiskunde, Filosofie en Onderzoek en Ontwerpen (O&O) aangeboden.
    Het inzetten op het verrijken van het rekenen vanaf klas 1 heeft een preventieve werking. Doordat kinderen al jong complexe opdrachten aangeboden krijgen, waarin samenwerking en zelfinzicht noodzakelijk zijn om tot een resultaat te komen, worden latere problemen voorkomen.
  • Een taalgroep voor klas 5 en 6
    Binnen deze groep worden de vakken Begrijpend lezen en Engels aangeboden.
    Omdat taal tot en met klas 4 goed te differentiëren is, start de taalgroep hiervoor vanaf klas 5. Vanaf deze klas is het voor talig getalenteerde kinderen belangrijk om buiten de groep een ander aanbod te krijgen, bijvoorbeeld om te leren leesstrategieën te gebruiken.

De lessen voor deze groepen vinden plaats tijdens de oefenuren. De groepsleerkracht heeft hierdoor extra ruimte voor de andere leerlingen en de kinderen die verrijkt worden missen hierdoor niets van het vrijeschool aanbod. De kinderen krijgen per groep wekelijks 45 minuten les. Afhankelijk van het kind, leerjaar en vak wordt er werk meegegeven voor in de klas.

Hiernaast is er voor de talig getalenteerde kinderen van klas 4, 5 en 6, met een voorsprong op het gebied van de Engelse taal, een tweetalig leesprogramma gestart. De kinderen lezen in hun eigen klas naast Nederlandse boeken, ook Engelse boeken op hun eigen niveau.

Kinderen waarvoor dit aanbod niet voldoende of passend is, hebben aanbod op maat gekregen. Hierbij kunnen zij zelf, in overeenstemming met hun persoonlijke doelen, kiezen voor een verrijkingsproject waar zij aan werken binnen hun eigen klas. Voorbeelden van projecten waar de kinderen voor hebben gekozen zijn: schaken, cultuur, een deuralarm maken en Chinees schrijven.


Opzet praktijkonderzoek

Het vooronderzoek voor het project startte eind schooljaar 2015-2016. Hierin is in samenwerking met de leerlingen gekeken naar een goede invulling van het programma. Gedurende schooljaar 2016-2017 hebben er in totaal 34 kinderen meegedaan aan de verrijking van het oefenonderwijs. Voor sommige kinderen betekende dit een kleine aanpassing van het oefenonderwijs, voor een klein aantal kinderen die aan alle onderdelen van het programma meededen was dit een aanzienlijke aanpassing: ongeveer 40% van de totale oefentijd is hierdoor anders ingevuld dan gebruikelijk was.

Conclusie
Aan het einde van het schooljaar 2016-2017 is het project geëvalueerd.
Uit de vragenlijsten die bij leerlingen, leerkrachten en ouders zijn afgenomen, blijkt dat de verrijking van het oefenonderwijs een positieve bijdrage levert aan de doelen voor verrijkend onderwijs van de Adriaan Roland Holstschool:

Het talent van leerlingen wordt beter gezien en aangesproken
Kinderen komen beter tot leren, zelfinzicht en samenwerken

Het oefenonderwijs sluit hierdoor beter aan bij de behoeften van cognitief getalenteerde leerlingen.

Verder is er geconstateerd dat:
• Er bij 86% van de ‘vermoedelijk onderpresterende’ kinderen, een jaar naar deelname aan de verrijkingsgroep rekenen, een positieve niveauverandering te zien was op het CITO Volgsysteem Rekenen. Bij geen van de kinderen die een jaar hebben deelgenomen is een niveaudaling geconstateerd.

• Kinderen van de rekengroepen van de 2e en 3e klas, zich na een jaar deelname aan de verrijkingsgroep rekenen, sociaal emotioneel in dezelfde trend ontwikkelden als hun klasgenoten.

• Er voor wat betreft de transfer een groot aantal van de kinderen aangeeft het geleerde ook buiten de verrijkingsgroep gebruikt te hebben (73%). Als het gaat om het toekomstig gebruik, dan geeft 64% van de kinderen aan het geleerde in de toekomst te willen inzetten.


Quote leerkracht:

‘De kinderen hebben het gevoel dat ze worden gezien, misschien is dat wel het belangrijkst’.

Quote leerling:
Vroeger vond ik het wel prima.
Nu zeg ik tegen mijzelf: ‘Kom op, doorzetten!’

Reactie ouder:
Nu hij zijn ‘eigen uurtje’ heeft, zie ik weer glans in zijn ogen!
 En dat is echt heel leuk om te zien! 
Natuurlijk zijn er meer veranderingen ten opzichte van vorig jaar; het is een optelsom. 
Maar zeker, dat extra uur is voor mijn zoon belangrijk. Ik heb sterk de indruk dat het hem zelfvertrouwen heeft gegeven. 
Hij staat zekerder in zichzelf. Misschien omdat hij gezien wordt met zijn talent?

 

Artikel uit: Tijdschrift ‘Vrije Opvoedkunst’ wintereditie 2017

 

Referenties:
-Gross, M.U.M. (1993) ‘Exceptionally Gifted Children’. London: Routledge.
-Koenderink, T. (2012) ‘De 7 Uitdagingen’. Venlo: Novilo BV.
-Vogelaar, B. (2017) ‘Dynamic Testing and Excellence: Unfolding Potential’. Leiden: Universiteit van Leiden.